Van het concertfront

Een gigantische rij voor het herentoilet, eergisteren in de mooie concertzaal PHIL te Haarlem en dat kon maar één ding betekenen: er trad een Seventies-act op. (Sterker: de act zelf verklaarde luidkeels dat hij hoopte niet tijdens het optreden te moeten pissen) We waren getuige van de afscheidstoer van toetsentovenaar Rick Wakeman en, mensen, dat was misschien wel het beste soloconcert dat ik ooit heb bezocht. De uitermate fragiele Wakeman bewoog zich wankelend over het toneel (“Mijn dokter zei tegen me: ‘Je moet nou toch echt eens gaan afvallen, Rick’ dus ik heb m’n haar laten knippen”) maar blijkt nog helemaal niets aan vingervlugheid te hebben ingeboet. Hij deelde meteen al een paar mokerslagen uit met stukken van zijn prachtplaat The Six Wives Of Henry VIII en ruilde de synthesizer daarna in voor een vleugel, waarop hij in een wonderschone medley liet horen welke klassiekers uit de rockgeschiedenis hij persoonlijk van pianospel heeft voorzien. Morning Has Broken (Cat Stevens) was al mooi, maar bij Life On Mars? (David Bowie) begonnen de traanklieren écht te jeuken. Na nog een paar stukken van Yes (“Geen idee waarom ik dat doe, ze spelen ook nooit wat van mij”) en een passage uit dat conceptalbum over King Arthur was het tijd om een paar Beatles-klassiekers door de mangel te halen. De opvallend nederige Wakeman, die het leek te verbazen dat hij zo veel publiek had getrokken, deed Eleanor Rigby in de stijl van de Russische componist Sergej Prokofjev en werkelijk waar: ik heb nog nooit een toetsenman zó snel zien en horen spelen! Wat mij rest na vrijdagavond is dankbaarheid, ook omdat ik nu eindelijk iedereen van De Grote Drie (Lord-Emerson-Wakeman) heb gezien. (Het fatsoenlijk fotograferen schoot er bij in, maar ook dat heeft met respect te maken)

RICK WAKEMAN HAARLEM