Vakantietip: de paradijselijke schoonheid van Pangkor Laut

Pangkor_lautOp Pangkor Laut hebben ze Pavarotti zien huilen. Niet omdat er niets te eten zou zijn – integendeel: in de diverse restaurants op het eiland worden de smaakpapillen gemasseerd met verser dan vers zeebanket en bovendien vallen de rijpe kokosnoten er met doffe ploffen van de bomen – maar omdat hij diep ontroerd was over het feit dat De Schepper zoiets moois heeft kunnen maken. De doorgaans wat geëxalteerde tenor overdreef daarbij geenszins: de tropische verrassing voor de westkust van Maleisië zou best eens de kroon op het levenswerk van God (of Allah, zoals ze Hem daar noemen) kunnen zijn. De hagedissen, zeearenden en makaken die er reeds eeuwenlang wonen, wisten dat allang, maar sinds enige jaren delen zij die kennis met de welgestelde variant van de homo sapiens, die er komt genieten van een onvergetelijke vakantie. En die terdege beseft dat hij bij al die andere creaturen slechts op bezoek is. Wie, zoals uw webmaster, op de eerste dag van zijn verblijf struikelt over een varaan van een meter lang, is dan ook meteen geneigd zich te verexcuseren. En wie na de absoluut noodzakelijke opfrisdouche in zijn appartement plotseling een aap aantreft die belangstellend sigaretten en zonnebrandolie bestudeert, moet maar denken dat hijzelf de indringer is – niet de aap.

Dat toeristen in goeden doen vanuit de hele wereld naar Pangkor Laut komen om er vakantie te vieren, is wel het láátste dat Freddy Spencer Chapman ooit had kunnen bevroeden. De Britse kolonel, die in de donkere jaren ’40 van de vorige eeuw gedurende drieënhalf jaar in de Maleisische jungle bivakkeerde om aan de wreedheden van de Japanse bezetter te ontkomen, bracht de laatste 36 uur van zijn gedwongen verblijf door op Pangkor Laut, waar een onderzeeër hem uiteindelijk oppikte. Zesendertig uur op achtendertig maanden mag dan te verwaarlozen lijken, de overweldigende schoonheid van Pangkor Laut maakte in die korte tijdspanne genoeg indruk op de Britse officier voor een gedetailleerde beschrijving in zijn bloedstollende boek The Jungle Is Neutral. Thans doet een gedenksteen op Emerald Bay, de locatie waar de bevrijdende duikboot in zijn leven kwam, nog herinneren aan de heldendaden van kolonel Spencer Chapman. Dat – en Chapman’s Bar, een eenvoudige doch sfeervolle strandtent waar men voortreffelijke satay ayam en meloenenshakes op het menu heeft staan en waar beeldschone serveersters de consumpties tot aan de ligstoelen op het strand komen brengen.

Dat strand, zo’n hagelwit exemplaar dat men in beschrijvingen niet zelden koppelt aan de naam van een chocoladereep met kokosvulling, is ooit officieel uitgeroepen tot een van de honderd mooiste op aarde. En daar is niets aan overdreven, want in combinatie met het smaragdgroene zeewater, waarin het beter toeven is dan in menig zwembad, het hypnotiserende geluid van ruisende palmbladeren alsmede de ongenadig fel brandende zon, is Emerald Bay een driedimensionale uitgave van de mooiste foto uit een exclusieve reisbrochure. Dobberend in het ritmisch deinende nat is het genieten van de neushoornvogels, die één voor één sierlijk door het struweel glijden en van de makaken, die zich ongestoord te goed doen aan vers geplukt fruit. Tegen zonsondergang komen er dan tientallen krabben tevoorschijn, die als ballerina’s over het zand dansen. Maar wees vooral niet bang, want zodra u ook maar aanstalten maakt om hun richting uit te lopen, schieten de diertjes met een noodgang de bodem in – om zich voorlopig niet meer te laten zien.

Relaxen op Pangkor Laut is lange tijd het zoete privilege geweest van hooggeplaatst Maleisië – en van hooggeplaatst Maleisië alleen. Tot Zijne Koninklijke Hoogheid Sultan Idris Shah omstreeks 1982 de potentie zag van Pangkor Laut als toeristische trekpleister. De Sultan van Perak, de provincie waartoe het eilandje behoort, benaderde Tan Sri Dato’ Francis Yeoh, managing director van de Yeoh Tiong Lay Corporation (kortweg YTL) met het idee een resort op het eiland aan te leggen. De Sultan zou niet lang genoeg leven om zijn droom bewaarheid te zien worden, maar dat vakantieoord kwam er! Eerst nog bescheiden, als Pansy Resort (1985), sinds 1994 zoals we het nu kennen: met 54 zogeheten hill villas (gesitueerd in de heuvels en aanschurkend tegen het regenwoud), 40 garden villas (rond een speciaal aangelegde tropische tuin), 22 spa villas (in de nabijheid van de grote trots van het resort, het relaxcentrum Spa Village), 21 sea villas (fraaie houten huizen op dito palen in zee, bereikbaar via een loopplank), 8 beach villas (op anderhalve stap van de branding), 2 sea suites (grotere uitvoeringen van de sea villas) en één extra ruime Pavarotti-suite. En dan is dit alleen nog maar de accommodatie op Royal Bay, zeg maar het ‘gewone’ gedeelte. Het écht exclusieve Pangkor Laut ligt achter de slagboom bij Emerald Bay, aan de noordkant van het eiland. Daar, in Marina Bay, wordt de overtreffende trap qua luxe zelfs nog overtroffen. Hier staan negen wonderschone villa’s-met-zwembad, waarvan er acht tegen meerprijs worden verhuurd (de negende is het domein van de familie Yeoh). Hier bracht Joan Collins haar huwelijksreis door (weliswaar haar vijfde, maar toch…). En de voormalige Britse premier John Major doopte er zijn stiff upper lip in zilt zeewater.

Waar in het Bijbelse paradijs sprake was van verboden vruchten, daar kent de Maleisische versie de bij-de-prijs-inbegrepen-variant. Anders gezegd: op Pangkor Laut begint elke dag met vers fruit, dat ongezien door het goedlachse personeel bij de villa is afgeleverd. En zo ontbijt ik op zekere dag – héél anders dan in Holland – met overheerlijke rambutans. Een rambutan is een vuurrode, zwaar behaarde vrucht ter grootte van een golfbal. Een delicatesse, die bovendien barst van de vitamine C (38.6 milligram per ons, zo is becijferd).

Daarna kan ik een aantal dingen doen. Ik zou door de jungle kunnen trekken met de bejaarde woudloper Yip Yoon Wah, beter bekend als Uncle Yip. Deze sympathieke natuurvorser steekt elke dag via de zogeheten northern perimeter door het regenwoud naar Emerald Bay en raakt daarbij niet uitgepraat over rubberbomen, wurgplanten en potentieverhogende vruchten – wat de snelheid van de wandeling niet ten goede komt. Maar om snel naar het strand te komen neemt men Uncle Yip ook niet in de arm. Wie in luttele tellen Emerald Bay wil bereiken, belt een van de tientallen shuttlebusjes die elke gast snel en kosteloos via de verharde, maar akelig steile weg op de plaats van bestemming brengen.

Uncle Yip moet het vandaag zonder mij stellen – ik ben immers eergisteren al met hem mee geweest. Sterker, een dag later heb ik zelfs in m’n eentje de southern perimeter bewandeld, een drie keer zo lange tocht waarbij het al snel een kwestie was van klimmen en dalen en goed kijken waar ik mijn voeten neerzette, wilde ik enigszins op de been blijven. Het enige wat ik diep in het regenwoud hoorde, naast het gebruikelijke oerwoudgeritsel, was mijn hart, dat als een gamelan in mijn oor klonk. Een unieke ervaring voor een stadsmens, maar die héb ik dus al eens gehad. En omdat de drie zwembaden later op de dag ook nog wel gevuld zullen zijn, besluit ik alvast naar het Spa Village te gaan, waar ik toch al een afspraak had. 11_juli_malaysia_2005_005 Uit de uitgebreide ‘menukaart’, die behandelingen vermeldt als Rawatan Ikal-Ikal (waarbij de scalp en het hoofdhaar worden verwend), Gu Fang Xun Shen (een Chinese methode om negatieve energie uit te roken), Lapis-Lapis (waarbij het lichaam wordt ‘gemarineerd’ in citroengras, gember, galangal en kamfer) en Mandi Susu (melkbad), heb ik gekozen voor de Thaise kruidenmassage.

Voordat ik me daar werkelijk aan kan overgeven, word ik drie kwartier onder deskundige leiding door het badhuis gevoerd. In dat gedeelte, dat evenals de rest van het kuuroord volledig feng shui is ingericht, laveer ik tussen koude en warme baden, inhaleer ik vier soorten oosterse kruiden, word ik volledig ingezeept en weer afgespoeld en krijg ik ook nog eens tot twee keer toe een smakelijke pot thee voorgezet. De liefst 105 minuten durende massage die daarop volgt duurt geen seconde te lang en ruim na het middaguur been ik volkomen relaxed terug naar mijn beach villa, daarbij slechts gekleed in mijn fraaie, bij de behandeling cadeau gekregen sarong.

Hét dilemma van de dag dient zich in de avond aan: wáár op Pangkor Laut gaat er gedineerd worden? Wordt het Samudra, waar het uiterst accurate personeel het beste uit de Maleisische fusion-keuken serveert? Prikken we een stokje bij Chinees specialiteitenrestaurant Uncle Lim’s, waar men het menu laat afhangen van de beschikbaarheid van de verse ingrediënten? Gaan we naar Fisherman’s Cove, het visrestaurant dat tijgergarnalen heeft die groter zijn dan de gemiddelde mobiele telefoon?

Nee, vanavond wordt gekozen voor Chapman’s Bar, dat vier keer per week op een houten vlonder boven een rotsblok op Emerald Bay een spectaculair Dinner on the Rocks presenteert. Dat blijkt de meest romantische optie. Terwijl hoog boven de bomen de adelaars hun cirkelende werk doen en het zeewater af en toe oplicht door het zilver van een passerende vis, genieten wij van exquis voedsel, van een, nou vooruit, van twéé flessen verrukkelijke Australische wijn, van de kleurenpracht die de ondergaande zon aan het zwerk schildert en van de uitstekende muziek, verzorgd door een drietal muzikanten dat zijn aandacht avond aan avond over de verschillende eetgelegenheden van Pangkor Laut verdeelt. De twee gitaristen plus bassist spelen werkelijk alles – en ook alles góed. Van traditionele Chinese liefdesliedjes en Beatles-klassiekers tot Franse chansons en zelfs een ballad van Aerosmith – in een meerstemmig arrangement waarvoor Steven Tyler en consorten alleen maar hun petje kunnen afnemen.

Bij wijze van souvenir krijgen we er ook nog een ingelijste afdruk van een tijdens het voorgerecht gemaakte foto bij – ter herinnering aan een sprookjesachtige avond.

Ochtend op Emerald Bay. Een eenzame kokosnoot rolt als een bowlingbal door de branding. Een mild zonnetje streelt het water van ‘het grootste zwembad ter wereld’. Het personeel van Chapman’s Bar geeft andermaal een lesje glimlachen ten beste. Een nieuwe dag in het paradijs. Moge het altijd zo blijven.

www.pangkorlautresort.com